Berekening vakantiedagen

Het recht op vakantie wordt opgebouwd tijdens het vakantiedienstjaar. Dit is het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin de vakantie wordt opgenomen. Het aantal vakantiedagen dat een werknemer in 2019 mag opnemen, is aldus gebaseerd op de prestaties van 2018. Wie het volledig vakantiedienstjaar 2018 heeft gewerkt (of via gelijkgestelde periodes), heeft in 2019 aldus recht op 4 weken vakantie. Deze vakantiedagen moeten worden opgenomen tijdens het lopende vakantiejaar. Het is niet toegelaten vakantiedagen over te dragen.

Voor arbeiders wordt het aantal vakantiedagen vermeld op de vakantiecheque. De werkgever kan deze terugvinden op de website van de RSZ (www.socialsecurity.be). Een bediende die werkt in het zesdagenstelsel heeft recht op 2 vakantiedagen per gepresteerde maand. Voor bedienden die werken in een vijfdagenstelsel wordt dit herleid tot maximum 20 vakantiedagen per jaar in een voltijds regime. Het maximum aan vakantierechten volgens het wettelijk stelsel is aldus vastgesteld op 4 weken vakantie in het regime waarin de werknemer werkzaam is.

Bij wijziging van tewerkstellingsregime in het vakantiejaar ten opzichte van het vakantiedienstjaar, dient er een omrekening te gebeuren.