Scholingsbeding – 2e afwijking voor knelpuntberoepen

Indien een werknemer een opleiding geniet in het kader van zijn arbeidsovereenkomst vallen de kosten van deze opleiding ten laste van de werkgever. Door het afsluiten van een scholingsbeding kan de werkgever zich (gedeeltelijk) indekken voor de kosten van deze opleiding wanneer de werknemer vroegtijdig de onderneming zou verlaten. Aan het scholingsbeding en aan de opleiding zijn diverse voorwaarden verbonden waardoor niet iedere opleiding hiervoor in aanmerking komt. Wanneer de opleiding betrekking heeft op een knelpuntberoep zijn de voorwaarden met ingang van 29.04.2019 nog soepeler geworden.

Eén van de voorwaarden voor een scholingsbeding is dat de werknemer een bruto jaarloon dient te hebben dat hoger ligt dan € 34.819,00. Met ingang van 10.11.2018 is deze voorwaarde geschrapt wanneer het scholingsbeding betrekking heeft op een opleiding voor een beroep of functie op de gewestelijke lijst van knelpuntberoepen of moeilijk in te vullen functies. De plaats van tewerkstelling bepaalt welke gewestelijke lijst van toepassing is. In Vlaanderen stelt VDAB deze lijst jaarlijks op.

Een andere voorwaarde is dat de opleiding niet mag voortvloeien uit een wettelijke of gereglementeerde bepaling om het beroep uit te oefenen. Deze voorwaarde geldt sedert 29.04.2019 tevens niet meer wanneer het gaat om een opleiding voor een beroep of functie die voorkomt op de  lijst van knelpuntberoepen of moeilijk in te vullen functies.  

De andere voorwaarden (o.a. arbeidsovereenkomst onbepaalde duur) blijven ongewijzigd.  

De nota in bijlage bevat een overzicht van de algemene voorwaarden en voorwaarden van de opleiding voor het scholingsbeding.